Aard-bei

De aardbeistruiken hangen vol met rijpe aardbeien. Heel bijzonder, want ze staan er pas voor het eerste jaar. Ik heb vorig jaar een paar kleine polletjes neergezet en ik pluk vergiet na vergiet vol met prachtige, glanzende aardbeien. Het aardbeienbed is afgekaderd door een paadje van houtsnippers, en aan de andere kant van het paadje heb ik nog een klein bed aangelegd. Dit bed dek ik niet af met een net, het bed is voor de vogels, de pissebedden en de muizen.
Iedere ochtend pluk ik mijn eigen portie en zie dan dat er weinig van het vogelbed is afgenomen. Als deze aardbeien te dik en rood worden pluk ik ze toch soms af, ik vind het zonde om ze te laten hangen en ze te laten beschimmelen.
Ineens is er vlakbij een merel, ze scharrelt in de bosjes, een oogje op mij gericht. Ik stop even met plukken en ik begroet haar, ze antwoord met gefluit en gekwetter. Ik fluit terug en samen fluiten we een deuntje terwijl ik verder pluk. Ineens zie ik de merel met een aardbei in de snavel weghippen. De aardbei komt uit mijn bed, niet uit het vogelbed. Zachtjes zeg ik tegen de merel “Zeg, waar ga je heen met mijn aardbei?”.  De merel stopt haar hippen naar de rand van het bed en kijkt mij aan met de aardbei in haar snavel. “Jóuw aardbei? Sinds wanneer zijn de aardbeien van jou?”. Ze blijft me aankijken, wachtend op een antwoord. Ik denk na over mijn woorden, die eigenlijk als grapje bedoeld waren, maar waar toch een serieuze ondertoon in zat. Ik zie de aardbeien blijkbaar als van mij, ik heb ze tenslotte geplant! De merel is niet overtuigd. “De aardbei is niet van jou of van mij” spreekt ze me toe. “De planten groeien in de aarde, de zon schijnt erop en de regen zorgt voor water om te groeien. Zijn de regen en de zon en de aarde dan ook van jou? Of zijn de aardbeien dan van de zon? Of van de regen? Of van de aarde?” vraagt de merel. Ik ben even sprakeloos, en een lach verschijnt op mijn gezicht. De merel draait haar kopje, steekt haar snavel met de aardbei erin omhoog in een wijs en alwetend gebaar, en hipt de struiken in om van daaruit het dak op te vliegen. Mijn aan mijn menselijke filosofieën overlatend.