Nomade

Diep in mij leeft een nomade. Ze is altijd onderweg. Op zoek naar vruchtbare gronden en zonnige weides. Nieuwe ervaringen met andere lichtval. Daarbij neemt zij bergpassen, gletsjers en rivieren alsof het niets is. Ze is altijd nieuwsgierig naar de duistere nachten, de warmte van het vuur, de koude van de vorst. De innerlijke werelden zijn overweldigend mooi en weids. Eindeloos en uitgestrekt, onwerelds in haar schoonheid.
De nomade is rusteloos, er is altijd meer te ervaren en te ontdekken. Ze ziet altijd kansen en mogelijkheden. Ze ervaart tegenwind en opkomende koude en neemt die voor lief. Ze kleedt zich dikker aan en gaat op zoek naar de kern van de windhoos, de bron van de waterval, de dieptes van de koude.

De reis van de nomade is nooit gedaan, er zijn immer horizonten te verkennen, bergkloven te overwinnen, rotsten om vanaf te springen, water om in te zwemmen. De reis is oneindig.
De nomade heeft niemand nodig om te reizen, ze heeft genoeg aan zichzelf en de natuur om zich heen. Ze draagt haar gerief zelf. Naarmate de reis vordert merkt de nomade dat ze steeds minder spullen nodig heeft, haar rugzak wordt leger en leger en ze voelt zich jonger, lichter en comfortabeler met zichzelf en met de wereld.

Met de nomade reist een verslaggever mee. Ze registreert alles nauwkeurig en heeft overal een mening over. Ze vindt iets goed of slecht, fijn of niet fijn. Passend of ongepast. De nomade heeft zich veel aangetrokken van de verslaggever, maar ze beseft steeds meer dat zij haar eigen pad heeft. De verslaggever doet alleen maar het werk wat ooit is opgedragen; overal een mening over hebben.
Op een dag neemt de nomade de verslaggever bij de hand en spreekt haar toe. “Dank je wel voor al je werk gedurende mijn nomadenbestaan. Ik stel zeer op prijs dat je alles verslaat wat ik doe.  Maar ik zou graag van je willen dat je voortaan alleen nog maar beschrijft wat ik doe, zonder daar een mening aan te koppelen. Je opdracht is bij deze om neutraal te zijn en te blijven.” De verslaggever barst in tranen uit. “Dit was nou precies waar ik altijd bang voor was, dat je mij niet goed genoeg vond.” De nomade laat de verslaggever huilen zonder te troosten of te steunen. Gewoon door er te zijn en te luisteren. Geen mening te hebben over de tranen. Precies zoals de nomade graag zou willen dat de verslaggever haar reizen zou beschrijven. Ineens stoppen de tranen. “Ineens begrijp ik dat ik altijd goedkeuring bij jou zoek, nomade. Dat ik altijd maar hoop dat je zegt dat ik het goed doe. Maar het zit in mezelf, jij hebt dat nooit van mij gevraagd.” Het gezicht van de verslaggever klaart direct op. “Ik begrijp precies wat je bedoelt, en het voelt veel eenvoudiger om alleen maar te zeggen wat ik waarneem, zonder steeds de afweging te moeten maken of iets goed of fout is.” Beiden slaken een diepe zucht en dan staat de nomade op. Het is tijd om te gaan, er zijn nog vele werelden te verkennen en te beschrijven.